Thomas Kunst

Modernisme deel 1

De Vragen


Architectuur

Vragen bij afbeelding 1, 2 en 3

Als gevolg van de industriële revolutie trokken aan het eind van de negentiende eeuw veel mensen van het platteland naar de steden om in de fabrieken te gaan werken. Er waren aanvankelijk veel te weinig woningen voor al die arbeidersgezinnen. Omstreeks 1880 werden er door particuliere ondernemingen huizen gebouwd waarin veel gezinnen konden worden ondergebracht. Op figuur 1 zie je een woningblok in de Marnixstraat in Amsterdam. Figuur 2 is een interieurfoto en op figuur 3 zie je de plattegronden van vier (zogenaamde rug-aan-rug) woningen in de Marnixstraat.

Bekijk figuur 2 en de plattegrond op figuur 3.
De woonomstandigheden voor de gezinnen in de Marnixstraat waren verre van ideaal.
3p 1. Bespreek drie nadelen van deze woningen.
bij figuur 3 en figuur 4
Ba = balkon, Bd = bed, Bs = bedstede, k = keuken, Kt = kast, P = portaal
Om de woonomstandigheden van de arbeiders te verbeteren werd in 1902 de Woningwet aangenomen. De overheid stelde bouwgrond ter beschikking en verleende een vorm van huursubsidie. Er werden woningbouwverenigingen opgericht, die opdrachten gaven aan architecten. Michel de Klerk bouwde vanaf 1915 in verschillende Amsterdamse wijken arbeiderswoningen. Op afbeelding 1 zie je een (presentatie)tekening van het Spaarndammer-plantsoen en op afbeelding 2 zie je woningen die hij in 1922 op het Thérèse Schwartzeplein bouwde.

Op het eerste gezicht lijkt de straat op afbeelding 2 te bestaan uit een rij vrijstaande huizen, maar onder elk dak bevinden zich steeds zes aparte woningen. Op figuur 4 zie je de plattegronden van twee van die woningen. Op figuur 5 zie je een detail van een gevel waarop de ingang en het trappenhuis te zien zijn.

In deze huizen van De Klerk zijn de woonomstandigheden van de gezinnen aanmerkelijk verbeterd. Dat is al af te leiden uit de plattegrond.
2p 2. Leg uit waarom de woonomstandigheden verbeterd zijn. Doe dit aan de hand van twee aspecten van de plattegrond op figuur 4.

Bekijk afbeelding 2 en figuur 5.
De woonblokken lijken vrijstaande huizen. Je krijgt niet de indruk dat elk blok in zes appartementen is verdeeld.
2p 3. Noem twee kenmerken waardoor dat komt.

De Klerk ontwierp ook meubels. Op figuur 6 zie je een tafel en twee leunstoelen. De arbeiders die in de door hem gebouwde huizen woonden, konden zich zijn meubels echter niet permitteren.

1p 4. Leg aan de hand van figuur 6 uit waarom deze meubels te duur waren voor arbeiders.

Op afbeelding 3 zie je verschillende details van huizen die door De Klerk zijn gebouwd. Hij gebruikte de bakstenen niet alleen als bouwstenen, maar liet ze een belangrijke rol spelen in de vormgeving van zijn gevels. Hij varieert door verschillende soorten baksteen te gebruiken en door die op een fantasierijke manier toe te passen.
Bekijk afbeelding 3.
2p 5. Noem drie verschillende manieren waarop variatie ontstaat door het soort bakstenen dat hij gebruikt.
3p 6. Noem drie manieren waarop hij bij de verwerking van de stenen variatie aanbrengt in de gevels.

In 1924 schreef de directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten een brief aan het kunstblad Wendingen: “Zoo even zag ik de Wendingen-aflevering met de teekeningen van De Klerk. Ik vind ze uitmuntend en heb er een hartelijke hoogachting en bewondering voor. Wat een hand en wat een kijk op de dingen! (…) Was deze zoo sympathieke Kunstenaar wel Architect? Of liever: is zijn werk als architect zoo ten volle de uitdrukking zijner begaafdheid als men het voorgesteld heeft?”

Uit dit citaat blijkt dat De Klerk meer een kunstenaar dan een architect gevonden wordt.
1p 7. Bespreek dit aan de hand van de afbeeldingen.

De architectuur en de meubelontwerpen van De Klerk behoren tot de zogenoemde Amsterdamse School.
1p 8. De Amsterdamse School wordt gerekend tot de volgende stijlbeweging:
A. Art Nouveau
B. Expressionisme
C. Surrealisme

Toen De Klerk in 1923 stierf zei iemand die in een van zijn huizen gewoond had: “Hij is heengegaan, de man van onze woningen. Hoe zullen wij arbeidersvrouwen dezen stoeren werker moeten gedenken, voor wat hij gedaan heeft voor onze mannen en kinderen. Is het niet heerlijk uit de vermoeienissen van den dag te komen in een huis gebouwd uit louter genot en huiselijk geluk? Is het niet of iedere steen je toeroept: Komt allen, gij werkers en rust uit in je huis, dat er is voor u. Is het Spaarndammerplantsoen geen sprookje dat je als kind gedroomd hebt?”

Bekijk de tekening op afbeelding 1.
De bewoonster vond het Spaarndammerplantsoen ‘een sprookje’.
1p 9. Geef aan in welk opzicht dit plein aanleiding geeft tot die associatie.


Eerbetoon

Vragen bij afbeelding 4 tot en met 6 en figuur 7 tot en met 9.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw nam het gebruik van affiches enorm toe. Veel muren van Parijs werden in die tijd met grote, kleurige affiches bedekt.

De toename van affiches kan in verband gebracht worden met de cultuurhistorische context van die tijd.
2p 10. Leg dit uit.

Aan het eind van de negentiende eeuw maakten technische ontwikkelingen de lithografie zeer geschikt voor het maken van affiches.
1p 11. Leg aan de hand van één kenmerk uit waarom lithografie zo geschikt is voor het maken van affiches.

Op afbeelding 4 zie je een affiche dat in 1892 is ontworpen door de Franse tekenaar Jules Chéret. Het maakte reclame voor theater ‘Olympia’, het eerste varieté-theater van Parijs. Vóór Chéret werden ook affiches gemaakt, maar die waren meestal zwart-wit en bevatten veelal alleen teksten. Op figuur 7 zie je daar een voorbeeld van.

Vergelijk afbeelding 4 met figuur 7.
De affiches van Chéret waren ongelofelijk populair. In 1895 schreef een tijdgenoot: “Parijs zou Parijs niet zijn zonder Chérets; zijn affiches begroeten je opgewekt vanaf ieder reclamebord …”
2p 12. Leg aan de hand van de voorstelling en de vormgeving uit waarom zijn affiches zo aantrekkelijk werden gevonden.

Bekijk afbeelding 4.
Van Chéret wordt gezegd dat hij de basisregels ontwikkelde waaraan een goed affiche moet voldoen. Zo moeten bijvoorbeeld woord en beeld één geheel vormen.
3p 13. Noem drie manieren waarop in dit affiche woord en beeld één geheel vormen.
De Franse schilder Henri de Toulouse-Lautrec was een bewonderaar van de affiches van Chéret. Om zijn naamsbekendheid te vergroten besloot ook Toulouse-Lautrec rond 1890 affiches te gaan ontwerpen. Op afbeelding 5 zie je een bekend affiche van hem; hij maakte het in 1893 op verzoek van Jane Avril, een danseres.

Vergelijk afbeelding 4 en 5.
In vergelijking met het affiche van Chéret is het affiche van Toulouse-Lautrec vernieuwend.
3p 14. Noem drie aspecten van de vormgeving die binnen Toulouse-Lautrecs affiche als vernieuwend beschouwd kunnen worden en die overeenkomsten vertonen met de toenmalige schilderkunst.

Veel tijdgenoten van Toulouse-Lautrec vonden het maken van affiches geen échte kunst. Ze waren van mening dat kunst alleen zichzelf moest dienen of dat het maken van een kunstwerk alleen zichzelf tot doel mocht hebben.
Een echte kunstenaar kon zich maar beter niet met toegepaste kunst bezig houden.
1p 15. Ben je het met deze stelling eens? Beargumenteer je antwoord.

Tegenwoordig wordt Chéret niet meer als de vader van alle affichemakers gezien maar Toulouse- Lautrec, van wie je op figuur 8 een foto ziet. Toulouse-Lautrec overleed in 1901; in 2001 werd hij geëerd met een affichetentoonstelling waaraan honderd ontwerpers deelnamen.

Op afbeelding 6 zie je de bijdrage van de Franse ontwerpers Michel Bouvet en Stéphanie Couderc. Het affiche is geïnspireerd op de foto van figuur 8.
Bekijk afbeelding 6 en figuur 8.
In het affiche van Bouvet en Couderc speelt de schaduw van Toulouse-Lautrec een belangrijke, beeldende rol; deze schaduw heeft een belangrijke symbolische betekenis.
2p 16. Licht deze betekenis toe.

Op figuur 9 zie je de bijdrage van de Amerikaanse Paula Scher. Zij nam de contour van Jane Avril van Toulouse-Lautrecs affiche over.
Bekijk het affiche op figuur 9.
Door de contour van Avrils benen bijna ongewijzigd in haar affiche over te nemen, verwijst Scher naar Toulouse-Lautrec. Naast deze verwijzende functie hebben de benen binnen het affiche ook een beeldende functie.
3p 17. Geef drie voorbeelden van deze beeldende functie.
De tekst is tot een dynamisch geheel gemaakt.

3p 18. Noem drie aspecten van de tekst waardoor dynamiek ontstaat.
Stacks Image 194
Figuur 1
Stacks Image 204
Figuur 2
Stacks Image 691
Figuur 3
Stacks Image 693
Figuur 4
Stacks Image 198
Afbeelding 1
Stacks Image 200
Afbeelding 2
Stacks Image 196
Figuur 5
Stacks Image 414
Figuur 6
Stacks Image 412
Stacks Image 150
Afbeelding 3
Stacks Image 406
Afbeelding 4
Stacks Image 410
Figuur 7
Stacks Image 408
Afbeelding 5
Stacks Image 777
Figuur 8
Stacks Image 439
Afbeelding 6
Stacks Image 441
Figuur 9
De antwoorden


Architectuur

1 maximumscore 3
drie van de volgende:
• Het is een eenkamerwoning, waarin een heel gezin leefde.
• De keuken is niet meer dan een kast (die ook als ‘badkamer’ moet dienen).
• Er wordt geslapen in bedsteden in de woonkamer.
• De wc komt direct in de kamer uit, wat niet erg hygiënisch is.
• Er is slechts één raam dus weinig licht of frisse lucht.
• Er is bijna geen bergruimte.
per juist antwoord 1

2 maximumscore 2
twee van de volgende:
• meer ruimte: de woningen zijn groter en/of bestaan uit meer vertrekken (met kasten erin).
• meer privacy: er zijn verschillende slaapkamers (met bedden in plaats van bedsteden).
• meer licht/lucht/hygiëne: elk vertrek heeft een raam en/of er is een echte keukenruimte
en/of de wc bevindt zich in een gescheiden ruimte in de hal en/of er zijn twee (gescheiden)
balkons per woning.
per juist antwoord 1

3 maximumscore 2
twee van de volgende kenmerken:
• De daken (waarvan de pannen ver naar beneden doorlopen) overkappen het hele woonblok
(en vatten daardoor het geheel samen).
• Per eenheid van zes appartementen is steeds één schoorsteen aangebrachte (en één rond
balkon op de eerste verdieping).
• Elk huis/woonblok bevat slechts één voordeur (naar het trappenhuis, waarin zich de
voordeuren van de afzonderlijke woningen bevinden).
• De ramen zijn op elke verdieping verschillend, waardoor de bovenste etages slaapkamers
lijken te bevatten.
per juist kenmerk 1

4 maximumscore 1
Het zijn bewerkelijke meubels die grotendeels met de hand gemaakt moeten worden. Dat
kost veel tijd en maakt ze duur.

5 maximumscore 2
de drie volgende:
• Hij gebruikt bakstenen in verschillende kleuren (zandkleur, rood, bruin).
• Hij gebruikt geglazuurde bakstenen en ongeglazuurde.
• Hij gebruikt stenen met afwijkende vormen: sommige bakstenen zijn niet rechthoekig maar
gebogen en/of bol (uit speciale mallen).
Indien twee antwoorden juist 1
Indien minder dan twee antwoorden juist 0

6 maximumscore 3
drie van de volgende:
• De bakstenen binnen een gevel zijn afwisselend liggend, staand en schuin gemetseld.
• Met bakstenen zijn ronde en bolle vormen gemaakt (op de hoek en als een soort kolommen).
• Muren hebben soms reliëf door in- en uitspringende bakstenen.
• Er zijn decoratieve patronen van golvende lijnen aangebracht.
per juist antwoord 1

7 maximumscore 1

Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
De gebouwen van De Klerk lijken door hun plasticiteit, gebogen vormen en decoratieve
details op sculpturen. De vaak uitbundige vormen zijn niet erg functioneel voor de
woningen die zich achter de gevels bevinden.

8 maximumscore 1
B

9 maximumscore 1
Er is één grote doorlopende gevel met torenachtige kolommen, die enigszins aan een kasteel
of paleis doet denken, met een grote park-achtige ruimte tussen de woonblokken.


Eerbetoon


10 maximumscore 2
twee van de volgende antwoorden:
• In deze tijd voltrok zich de industriële revolutie, of: door (enorme) ontwikkelingen in industrie en techniek.
• Er verschenen allerlei producten waarvoor geadverteerd moest worden.
• In deze tijd ontstond de massacultuur; voor de evenementen die plaatsvonden moest reclame worden gemaakt.
per juist antwoord 1

11 maximumscore 1
één van de volgende kenmerken:
• Een lithosteen is behoorlijk slijtvast en daardoor geschikt voor grote oplagen.
• Op lithostenen zijn snel (en gemakkelijk) correcties aan te brengen.
• Door de beschikbaarheid van grote (litho)stenen kunnen de formaten van de affiches groot zijn; een groot formaat is noodzakelijk om ze te laten opvallen.
• Het afdrukken van de stenen neemt relatief weinig tijd in beslag, zodat je in korte tijd veel afdrukken kunt maken.

12 maximumscore 2
• voorstelling 1
De dansende vrouw met bekkens verwijst naar de wereld van vertier.
• vormgeving 1
De vormgeving benadrukt de levendigheid van de voorstelling: er is gebruikgemaakt van opvallende (vrolijke) kleuren als rood en geel, of van een rijke kleurschakering, of: dynamische compositie met veel schuine richtingen.

13 maximumscore 3
drie van de volgende manieren:
• Het been van het meisje overlapt enkele letters.
• Het woord ‘Olympia’ loopt ongeveer evenwijdig aan de schuine richtingen van het beeld.
• De kleur geel rond het woord ‘Olympia’ komt terug in de bekkens en in de achtergrond.
• Het donkere vlak achter de vrouw correspondeert met de donkere letters.
per juiste manier 1

14 maximumscore 3

drie van de volgende aspecten van de vormgeving:
• de ongebruikelijke afsnijding (van de muzikant)
• het gebruik van egale kleurvlakken
• de toepassing van contourlijnen
• de zware, maar speelse omkadering
per juist aspect van de vormgeving 1

15 maximumscore 1
één van de volgende meningen:
Nee, aan het ontwerpen van affiches gaat een creatief proces vooraf dat vergelijkbaar is met het maken van autonome kunst.
Ja, het maken van toegepaste kunst - vaak in opdracht - legt een kunstenaar te veel aan banden (zoals kosten, formaat en functionele eisen).

16 maximumscore 2
Het antwoord dient de volgende strekking te hebben:
De schaduw van Toulouse-Lautrec suggereert zijn aanwezigheid. Zijn schaduw verbeeldt de invloed die Lautrec op vele kunstenaars had/de inspiratiebron die Lautrec voor vele kunstenaars is geweest.
Indien een relevant deel van het antwoord is gegeven 1

17 maximumscore 3
drie van de volgende voorbeelden:
• De benen lijken, evenals de andere vormen in het affiche, (lees)tekens.
• De benen zijn een essentieel element in de compositie, of: de benen dragen bij aan een ‘evenwichtige compositie’.
• De benen versterken het figuratieve karakter van het affiche.
• De benen vormen een contrast met de letters.
per juist voorbeeld 1

18 maximumscore 3
drie van de volgende aspecten:
• De tekst loopt in verschillende richtingen.
• De letters zijn verschillend van grootte en dikte.
• Sommige tekstregels lopen in een golvende lijn.
• de keuze voor onderkast, waardoor meer hoogteverschillen ontstaan
• de ritmische opbouw/afwisseling van vorm en restvorm
per juist aspect 1