Thomas Kunst

De 20ste eeuw deel 2

De Vragen

Schoonheid heeft haar gezicht verbrand

Vragen bij afbeelding 1 tot en met 5

Op afbeelding 1 zie je een schilderij uit 1891 van de Duitse schilder Franz von Stuck met de titel Orpheus. Deze halfgod uit de Griekse mythologie speelde zo betoverend op zijn lier, dat zelfs de wilde dieren aan zijn voeten kwamen liggen luisteren.

Bekijk afbeelding 1.
De schilder heeft het verhaal zo mooi mogelijk weergegeven.
2p 1. Bespreek twee aspecten die hier schoonheid benadrukken.

Von Stuck behoorde tot een groep kunstenaars die zich aan het eind van de negentiende eeuw verzette tegen de lelijkheid om hen heen. In hun ogen hing die samen met ontwikkelingen in de kunst en maatschappij van die tijd.
1p 2. Leg uit welke ontwikkeling in de maatschappij volgens kunstenaars bijdroeg aan lelijke producten.

In de tweede helft van de negentiende eeuw waren er ook nieuwe ontwikkelingen in de kunst die volgens de groep van Von Stuck bijdroegen aan de lelijkheid.
2p 3. Noem de nieuwe kunststroming uit die tijd waartegen deze kunstenaars zich verzetten. Leg ook uit waarom zij deze stroming afkeurden.

Over het verhaal van Orpheus zijn niet alleen schilderijen gemaakt, maar ook opera's en dansstukken. Het is al eeuwenlang een geliefd thema binnen alle kunstdisciplines.
1p 4. Verklaar waarom dit thema door kunstenaars graag wordt gekozen.

Op afbeelding 2 zie je Orpheus en de dieren van de Nederlandse kunstenaar en dichter Lucebert. Deze gouache uit 1952 heeft een heel andere schoonheid dan het schilderij van Von Stuck.

De spontane vormgeving doet denken aan die van kindertekeningen. Lucebert houdt zich niet meer aan de academische regels die Von Stuck nog volgde.
Bekijk afbeelding 1 en 2.
3p 5. Bespreek drie beslissingen waarmee Lucebert afwijkt van de regels van Von Stuck.

Op afbeelding 3 zie je een schilderij uit 1953 van de Nederlandse schilder Karel Appel. Het is een eerbetoon aan het Amerikaanse echtpaar Rosenberg, dat op verdenking van spionage ter dood werd veroordeeld. Aan hun schuld werd door velen getwijfeld. Je ziet het echtpaar op figuur 1.
Appel noemde zijn schilderij De veroordeelden. Op afbeelding 3 zie je een man en een vrouw.

Bekijk afbeelding 3 en het detail op afbeelding 4.
3p 6. Bespreek drie manieren waarop Appel de figuren als veroordeelden weergeeft.

Lucebert en Appel maakten deel uit van COBRA, een groep Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars die in 1948 werd opgericht. Het werk van de COBRA-schilders leidde tot grote opschudding en werd in de pers 'geknoei, geklots en gekladder' genoemd. De kritiek ging voor een groot deel over de manier van schilderen.

Bekijk afbeelding 3 en het detail op afbeelding 4.
3p 7. Bespreek drie aspecten van Appels techniek die tot dit soort kritiek leidden.

Karel Appel reageerde op de kritiek door te zeggen: "Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd." Hij wilde geen 'mooie' kunst maken in een tijd waarin volgens Lucebert "…schoonheid haar gezicht (heeft) verbrand."

Volgens de COBRA-kunstenaars eiste de tijd waarin zij leefden een andere manier van schilderen.
2p 8. Leg dit uit.

Op afbeelding 5 zie je De triomfator van Lucebert. Het is een schilderij uit 1968, dat goed aansluit bij de tijd waarin het is gemaakt.
2p 9. Leg aan de hand van de inhoud van dit werk uit waarom het aansluit bij de maatschappij van de jaren zestig.


Kunst van afval


Vragen bij afbeelding 6 tot en met 10

Op figuur 2 zie je een foto van een kunstgalerie in Parijs. De Franse kunstenaar Arman maakte in 1960 een kunstwerk in de vorm van een tentoonstelling die eruit bestond dat de galerie werd volgestouwd met vuilnis. Het publiek kon deze tentoonstelling alleen van buitenaf zien.

Hieronder staan drie termen: 1 happening. 2 performance. 3 installatie.

3p 10. Geef aan wat deze termen inhouden en geef ook steeds aan of ze wel of niet van toepassing zijn op dit 'kunstwerk' van Arman.

In de jaren daarna verzamelde Arman allerlei soorten afval en presenteerde die als kunstwerken. Op afbeelding 6 zie je Poubelle des Halles uit 1961. De titel kan vertaald worden als Prullenbak van de Hallen, een grote markt in Parijs. De vitrine is gevuld met objecten in allerlei vormen en kleuren.

Bekijk afbeelding 6.
3p 11. Bespreek drie kenmerken waaraan je kunt zien dat dit materiaal afval is. Geef daarbij steeds een voorbeeld.

De kunstenaar presenteerde het afval meestal in plexiglas bakken, waar je omheen kunt lopen. Op figuur 3 zie je een voorbeeld. Het afval ondergaat op deze manier een transformatie: het wordt kunst!
2p 12. Leg uit waarom het afval hierdoor als kunst kan worden beschouwd. Doe dat aan de hand van twee effecten van deze manier van presenteren.

Op afbeelding 7 zie je een werk uit 1965 van de Zwitserse kunstenaar Daniel Spoerri. Ook hij is geïnteresseerd in afval. Na een maaltijd lijmde hij alles vast wat nog op tafel stond en presenteerde dit als kunstwerk. Op figuur 4 zie hoe Spoerri's objecten meestal worden tentoongesteld.

Spoerri's tableaus kunnen worden opgevat als driedimensionale stillevens of als een soort sculpturen. Maar de kunstenaar wilde geen esthetische objecten maken. Deze werken gaan onder meer over tijd en vergankelijkheid.

Bekijk afbeelding 7.
2p 13. Leg uit op welke manier hier sprake is van tijd en van vergankelijkheid.

Arman en Spoerri behoorden tot een groep kunstenaars die de 'Nouveaux Réalistes' werd genoemd, de 'nieuwe realisten'. Dit nouveau réalisme wordt door kunstcritici ook wel 'neo-dada' genoemd.

Bekijk afbeelding 6 en 7.
2p 14. Leg uit waarom deze werken aan dada doen denken. Geef twee argumenten.

Het nouveau réalisme wordt beschouwd als een Europese variant van de popart. De kunstenaars halen hun onderwerpen ook uit de eigentijdse consumptiemaatschappij. Maar de Nouveaux Réalistes hebben een andere houding tegenover die consumptiemaatschappij.
2p 15. Leg uit wat dit verschil inhoudt. Betrek zowel de Amerikaanse popart als het nouveau réalisme in je antwoord.

De jaren zestig waren een periode van verzet tegen de maatschappelijke normen en waarden. Ook in de kunstwereld verzette men zich tegen de heersende tradities.
2p 16. Noem twee tradities in de kunstwereld waartegen kunstenaars als de Nouveaux Réalistes zich in die tijd verzetten.

Op afbeelding 8 zie je het plein van de Hofstedeschool in Den Haag, met een beeld uit 2011 van de kunstenaar David Bade. Bade organiseerde workshops waarin leerlingen van de school sculpturen maakten van allerlei objecten en materialen. In zijn atelier, te zien op figuur 5, vergrootte en versneed Bade deze sculpturen en maakte er een nieuw beeld van.

Op afbeelding 8, 9 en 10 zijn de oorspronkelijke sculpturen nog wel te herkennen, maar Bade heeft er toch één beeld van gemaakt.
Bekijk afbeelding 8, 9 en 10.
2p 17. Noem twee ingrepen waardoor eenheid is ontstaan in dit werk.

De werkwijze van Bade doet wel wat denken aan die van Spoerri.
2p 18. Bespreek twee overeenkomsten met de werkwijze van Spoerri.

De opdrachtgever voor Bade's werk, het gemeentebestuur van Den Haag, was niet blij met het beeld en wilde het aanvankelijk niet plaatsen. Het argument was dat het contrast met de school te groot zou zijn, maar in feite vond men het gewoon lelijk. Bade was het daar helemaal niet mee eens. Hij vond dat de opdrachtgever niets van kunst begreep.
2p 19. Geef twee argumenten die Bade gelijk geven.


De antwoorden

Schoonheid heeft haar gezicht verbrand

1 maximumscore 2
twee van de volgende:
− Orpheus is een knappe jongeman met een geïdealiseerd /atletisch lichaam.
− De achtergrond is een glanzend gouden vlak / is van bladgoud.
− Er zijn veel sierlijke, vloeiende vormen, zoals bijvoorbeeld de lier, de sjaal en de hals van de flamingo.
− De leeuwen zijn gestileerd tot een krachtig (goudbruin) silhouet.
per juist antwoord 1

2 maximumscore 1
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
Als gevolg van de industriële revolutie was een vorm van (gemechaniseerde) massaproductie ontstaan, die lelijk werd gevonden (in vergelijking met ambachtelijke vormgeving).
Stacks Image 194
Afbeelding 1
Stacks Image 204
Afbeelding 2
Stacks Image 196
Afbeelding 3
Stacks Image 198
Afbeelding 4
Stacks Image 200
Afbeelding 5
Stacks Image 414
Afbeelding 6
Stacks Image 412
Afbeelding 7
Stacks Image 406
Afbeelding 8
Stacks Image 410
Afbeelding 9
Stacks Image 408
Afbeelding 10
Stacks Image 439
Figuur 1
Stacks Image 441
Figuur 2
Stacks Image 447
Figuur 3
Stacks Image 445
Figuur 4
Stacks Image 443
Figuur 5
3 maximumscore 2
• realisme of impressionisme 1
• In deze stroming(en) werd het alledaagse afgebeeld: 'banale' voorstellingen met gewone mensen in plaats van verheven of spirituele onderwerpen (zoals een verhaal uit de klassieke oudheid) en/of deze alledaagse werkelijkheid werd niet geïdealiseerd maar direct / schetsmatig / in losse toetsen op het doek gezet (door de impressionisten) 1

4 maximumscore 1
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
Het thema/verhaal van Orpheus wordt graag gekozen omdat het gaat over de kracht van kunst: als zelfs wilde dieren betoverd raken door Orpheus' muziek (de natuur zich zelfs onderwerpt) moet kunst wel iets zijn wat alle harten kan beroeren.

5 maximumscore 3
drie van de volgende:
− Lucebert gebruikt geen duidelijke bodem/grondlijn (zoals bij Von Stuck): de dieren zweven in het vlak en/of alleen Orpheus heeft een stukje grondvlak.
− Dieren en Orpheus zijn bij Lucebert gelijkwaardig wat grootte / kleur / versiering betreft: er is geen hiërarchie in de voorstelling (zoals bij Von Stuck).
− Lucebert verspreidt bijna alle kleuren over alle figuren, in plaats van het lokale kleurgebruik van Von Stuck.
− Luceberts vormen zijn versierd / opgevuld met allerlei grafische fantasiepatronen, waardoor ze vlak/plat blijven: bij Von Stuck zijn de vormen egaal van structuur en/of is (vooral) Orpheus plastisch.
− Lucebert houdt zich niet aan academische proporties en/of anatomie: de dieren en Orpheus zijn vereenvoudigd van vorm (als bij een kindertekening).
per juist antwoord 1

6 maximumscore 3
drie van de volgende:
− De twee figuren staan frontaal naar de beschouwer gekeerd, alsof ze terechtstaan.
− Ze hebben hun armen/handen voor zich alsof ze geboeid zijn.
− Hun gezichtsuitdrukking is verontrustend / angstig.
− Ze zijn (dicht tegen elkaar) krap in het kader geplaatst en daardoor letterlijk 'gevangen' in het schilderij/het kader.
− Ze worden omsloten door een zwarte vlek / lijken gevangen in de materie / verf.
− Het overwegend donkere / grauwe kleurgebruik versterkt het sombere onderwerp.
per juist antwoord 1

7 maximumscore 3
drie van de volgende:
− De verf is pasteus en/of onregelmatig van dikte (in plaats van netjes uitgeveegd).
− Verfstreken zijn snel en/of onregelmatig opgebracht met verschillende kwastdiktes, streeklengtes en richtingen.
− De verf is vaak 'op het doek' gemengd (tot enigszins troebele / grauwe kleuren).
− De kleurvlakken zijn vlekkerig (in plaats van egaal of dekkend) aangebracht.
per juist antwoord 1

8 maximumscore 2
De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:
• Na de (barbarij van de) Tweede Wereldoorlog kunnen kunstenaars niet langer doen alsof kunst niets met de rauwe, lelijke werkelijkheid te maken heeft en/of zijn veel kunstenaars teleurgesteld in de menselijke moraal 1
• Daarom heeft de academische / klassieke schoonheid geen bestaansrecht meer (nadat alle andere, moderne, avantgardekunst 'entartet' verklaard was) en/of gelden de klassieke regels niet langer: kunst moet vrij / spontaan / oorspronkelijk / expressief zijn in plaats
van academisch / gekunsteld 1

9 maximumscore 2
• De jaren zestig waren de tijd van de protestgeneratie, waarin (vooral) jongeren zich verzetten tegen de macht / oorlog (Vietnam) / verplichte militaire dienst 1
• Lucebert bespot hier de macht / het militaire systeem, door een generaal/hoge militair weer te geven als een lelijk, monsterachtig wezen (dat een bloem krijgt aangeboden) 1

Kunst van afval

10 maximumscore 3
De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:
• (1) Een happening is een (spontaan maar toch gepland, meestal eenmalig) optreden, vaak in de openbare ruimte, waarbij het publiek mee mag doen (waardoor de grens tussen kunstwerk en publiek verdwijnt). De term is hier dus niet van toepassing 1
• (2) Een performance is een kunstwerk waarbij een (van tevoren bedacht) fysiek / theaterachtig optreden van de (beeldend) kunstenaar (in een enscenering) centraal staat. De term is hier dus niet van toepassing 1
Opmerking
Als uit het antwoord blijkt dat er vanuit wordt gegaan dat de schoonmaakster door de kunstenaar is ingezet, dan kan de term performance, mits juist omschreven, wél van toepassing zijn.
• (3) Een installatie is een (term uit de jaren zeventig voor een) assemblage of environment/omgeving die speciaal voor een bepaalde tentoonstelling wordt gemaakt. Deze term is hier wel van toepassing 1

11 maximumscore 3
De vitrine bevat materiaal dat (drie van de volgende):
− gebruikt is (dus geen functie meer heeft): een deksel van een blik of een toegangskaartje.
− verfrommeld is (om weg te gooien): verpakkingsmateriaal als plastic, papier, (rib)karton.
− beschadigd/gescheurd is: papieren/briefjes/rieten matje.
− (half) vergaan is: touwtjes/stro.
− vuil / opgeveegd en/of oud is: alles heeft een oude /onfrisse / bruinachtige kleur gekregen.
per juist antwoord 1

12 maximumscore 2
Antwoorden moeten de volgende strekking hebben (twee van de volgende):
− Het afval wordt geordend: van een ongeorganiseerde hoop losse dingen maakt hij een strak (clean) blok (met een zekere mate van compositie).
− Het afval wordt geconserveerd: de kist is afgesloten dus de inhoud blijft intact (en krijgt de waarde van documentatie).
− Het afval wordt als bezienswaardig gepresenteerd: de inhoud van de bak kan van alle kanten gedetailleerd bekeken worden (in een galerie of museum).
per juist antwoord 1

13 maximumscore 2
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
• tijd: Er is een moment vastgelegd (zoals die na een maaltijd is ontstaan) en daarmee is de tijd stilgezet en/of een gebeurtenis tot herinnering geworden 1
• vergankelijkheid: De maaltijd en het samenzijn zijn voorbij, iedereen is weg, alleen de restanten blijven over: de voedselresten en peuken worden in de loop van de tijd steeds grauwer en viezer (dus die vergaan bijna letterlijk) 1

14 maximumscore 2
twee van de volgende:
− Dada maakte de alledaagse werkelijkheid tot kunst en/of maakte gebruik van readymades of 'objets trouvés'; Arman en Spoerri doen iets vergelijkbaars.
− Net als bij dada zijn materiaal en werkwijze bij deze kunstenaars tegendraads en experimenteel en/of is of lijkt vakmanschap onbelangrijk. − Het werk heeft net als bij dada een anarchistisch of provocerend karakter of daagt het publiek uit: afval en resten worden gepresenteerd als iets moois/als schoonheid (en tot kunst verklaard).
− Het verzamelen/ordenen/presenteren van rommel in een kunstcontext werkt dadaïstisch vervreemdend of zet aan tot het zoeken naar betekenis. − Het toeval, waar ook bij dada gebruik van werd gemaakt, speelt een belangrijke rol in het werk. per juist antwoord 1

15 maximumscore 2
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
• De Amerikaanse popart gebruikt vooral de beeldtaal van de reclame en de bijbehorende esthetiek, waarmee de consumptiemaatschappij in zekere zin verheerlijkt / veresthetiseerd wordt 1
• Het nouveau réalisme toont ook de keerzijde van de massaconsumptie door 'lelijke', 'vervallen' of 'gebruikte' zaken te laten zien en levert hiermee in zekere zin kritiek op deze cultuur 1

16 maximumscore 2
Er was verzet tegen (twee van de volgende):
− de abstracte kunst die destijds dominant was of het abstract expressionisme, waarin de visuele werkelijkheid geen rol speelde (l'art pour l'art) en/of waarin persoonlijke emotie de motor vormde.
− de hoge prijzen van kunst of het vercommercialiseren van kunst.
− de academische regels die voorschrijven wat schoonheid is en/of het idee dat kunst moet behagen.
− de kunstelite van galeriehouders / conservatoren die bepalen wat wel of geen kunst is.
− onbegrijpelijke of moeilijke kunst, die alleen door een intellectuele kunstelite wordt begrepen. per juist antwoord 1

17 maximumscore 2
twee van de volgende:
− De losse beelden zijn samengevoegd en aan elkaar geplakt (met purschuim).
− Ze zijn op (rechthoekige) aaneengeschakelde bodemplaten gezet.
− Ze zijn in één kleur gespoten.
per juist antwoord 1

18 maximumscore 2
twee van de volgende:
− Objecten worden gelijmd en/of gefixeerd.
− Het werk wordt mede door 'buitenstaanders' gemaakt.
− Toeval speelt een grote rol in de werken van beiden.
− Objecten die geen kunst zijn, worden tot kunst verheven.
per juist antwoord 1

19 maximumscore 2
twee van de volgende:
− Kunst kan heel goed contrasteren met de omgeving (of wil/moet juist opvallen) dus dat is geen geldig argument om het beeld af te keuren. − Kunst hoeft niet (meer) aan academische normen te voldoen om waarde te hebben: schoonheid is geen maatstaf meer en/of kunst die opzettelijk niet 'mooi' is en/of niet wil behagen, roept juist meer op of slaat beter aan.
− Een beeld dat rauw/onaf/provocerend is, past goed bij de gebruikers van het beeld: de scholieren, die er dan ook op mogen zitten, klimmen, hangen. − Een kunstwerk dat onder meer door de leerlingen zelf tot stand is gekomen is per definitie geschikt voor het schoolplein en/of maakt de leerlingen meer bereid zich voor kunst te interesseren. per juist antwoord 1