Thomas Kunst

De Klassieken

De Vragen

Vragen bij afbeelding 1 tot en met 4.

De Griekse cultuur heeft zich verspreid over grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika.
1p 1. Leg uit hoe deze verspreiding tot stand is gekomen

1p 2. Wat is architraafbouw?

2p 3. Noem twee grote nadelen van architraafbouw?

Bekijk afbeelding 1.
Op afbeelding 1 zie je het Parthenon. De Grieken pasten optische correcties toe in een aantal elementen.
2p 4. Bespreek de correcties die de Griekse architecten toepasten in de tempel en geef aan waarom zij dit deden.

Bekijk afbeelding 2.
Op de afbeelding zie je de Nike-tempel.
2p 5. Tot welke bouwstijl behoort deze tempel? Aan welke vormgevingselementen kun je dat zien?

1p 6. Leg uit wat het belang van de Romeinen is geweest voor de Griekse beeldhouwkunst.

Bekijk afbeelding 3 en 4.
Op afbeelding 3 zie je de Kourus uit Tenea en op afbeelding 4 zie je De Doryphorus van Polykleitos.
2p 7. Bespreek de verschillen in voorstelling tussen de beelden.

1p 8. Noem drie onderwerpen die geliefd waren in de Griekse beeldhouwkunst.


Het voorbeeld van Palladio (examenvragen)

Vragen bij afbeelding 5 tot en met 8.


De Italiaanse architect Andrea Palladio ontwierp verschillende landhuizen in de omgeving van Venetië. Op afbeelding 5 en 6 zie je een van zijn beroemdste ontwerpen: de Villa Rotonda uit 1556.

Palladio maakte studie van verschillende Romeinse bouwwerken. Op afbeelding 7 zie je een foto van een Romeinse tempel die Palladio heeft bestudeerd.

Palladio heeft bouwelementen van dergelijke Romeinse tempels op een eigen wijze toegepast in de Villa Rotonda.
3p 9. Licht dit toe door:
  • (op basis van afbeelding 7) drie van deze bouwelementen te noemen en
  • daarbij telkens aan te geven op welke manier Palladio ze op eigen wijze toepast in het exterieur van de Villa Rotonda.

In 1786 noteerde Goethe tijdens zijn Italiaanse reis het volgende over Palladio's architectuur: "Er is iets waarlijk goddelijks in zijn constructies."

Palladio ontwierp op basis van een aantal vaste maatverhoudingen, onder andere 1:2, 1:4 en 3:5. Op die manier streefde hij naar de 'divina proportio' (goddelijke maatverhouding).

Op afbeelding 8 zie je de plattegrond van de Villa Rotonda. In de tekening is aangeven dat de proporties van de verschillende delen van het gebouw bepaald worden door de cirkel en het vierkant.
2p 10.
Geef twee voorbeelden van de manier waarop de cirkel en/of het vierkant de verhoudingen bepalen.
Stacks Image 194
Afbeelding 1
Stacks Image 204
Afbeelding 2
Stacks Image 196
Afbeelding 3
Stacks Image 198
Afbeelding 4
Stacks Image 200
Afbeelding 5
Stacks Image 414
Afbeelding 6
Stacks Image 412
Afbeelding 7
Stacks Image 406
Afbeelding 8
De antwoorden

1 maximumscore 1
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
• Alexander de Grote zorgde met de uitbreiding van zijn rijk voor een grote verspreiding van de Griekse cultuur. Later namen de Romeinen delen van de Griekse cultuur over en verspreiden deze over het grote Romeinse Rijk.

2 maximumscore 1
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
• Er is sprake van achitraafbouw als dragende, horizontale elementen (architraven) door verticale elementen (muren, balken of zuilen) gedragen worden.

3 maximumscore 2
twee van de volgende antwoorden:
• Je kunt maar 1 beperkte ruimte overkappen, anders buigt de architraaf door.
• De staande, dragende elementen verhinderen de vrije doorloop.

4 maximumscore 2
twee van de volgende antwoorden:
• De zuil is vanaf het midden van de schacht naar boven toe iets smaller gemaakt.
• De zuilen op de hoek van de tempel worden iets dikker gemaakt dan de andere zuilen.
• De zuilen op de hoek van de tempel zijn dichter bij elkaar gezet dan de andere zuilen.
Noem je 1 of meer van de 3 bovenstaande antwoorden verdien je 1 punt. De 2de punt verdien je met het antwoord hieronder.
• De Grieken pasten dit soort correcties toe opdat gebouwen voor het oog een harmonisch geheel zouden vormen.

5 maximumscore 2
twee van de volgende:
• Deze behoort tot de ionische orde (= 1 punt)
• Het kapiteel bestaat uit twee voluten en/of de zuilen zijn rank en staan op een voetstuk (= 1 punt)

6 Maximumscore 1
De Romeinen zorgden voor een verdere verspreiding van de Griekse beeldhouwkunst. Door hen hebben we nu kennis van de Griekse beeldhouwkunst.

7 Maximumscore 2
twee van de volgende aspecten:
• Het kourusbeeld heeft een stramme houding, een starende blik en is gestileerd weergegeven (= 1 punt).
• Het beeld van Polykleitos is dynamische door de houding in contrapost. Er is veel aandacht besteedt aan de anatomie van het lichaam. Het beeld is realistischer en verfijnder.

8 Maximumscore 1
Sportfiguren, goden of halfgoden, gewone mannen of vrouwen.

9 Maximumscore 3
drie van de volgende:
• De entree / de trap (met portico) (die bij de Romeinse tempels alleen aan de voorzijde zit) plaatst Palladio aan vier kanten.
• Palladio gebruikt de façade van de tempel alleen als façade van de portico, maar niet van de gehele villa.
• Een kleine versie van het timpaan plaatst Palladio boven de ramen en deuren als decoratie.
• De (Ionische) zuilen plaatst Palladio alleen aan de voorzijde van het portiek (aan de zijkanten gebruikt hij rondbogen).
• De (Ionische) zuilen (bij de Romeinse tempels hebben deze cannelures) zijn bij Palladio glad afgewerkt.
• De architraaf en het fries verwerkt Palladio als belijning in de vlakke gevel (links en rechts van de portico).

10 Maximumscore 2
Antwoorden moeten de volgende strekking hebben: twee van de volgende:
• De cirkel beschrijft de verhouding tussen de lengte en breedte van het gehele gebouw, want die zijn gelijk. Dat geldt ook voor de lengte en breedte van de centrale hal.
• Het vierkant dat raakt aan de omtrek van deze cirkel bepaalt het eindpunt van de trappartij / het begin van de portico's.
• Het gekantelde vierkant bepaalt de grootte van het huis (exclusief de portico's).
• Het (gekantelde) vierkant wordt in een vaste verhouding verkleind en bepaalt zo de afmetingen van de ruimtes rondom de centrale hal en/of het (gekantelde) vierkant wordt vanuit de centrale hal in een (groeiende) vaste verhouding herhaald en bepaalt zo de afmetingen van de ruimtes rondom de centrale hal.