Kubistisch kunstwerk
Je hebt nu al een ontwerp gemaakt van jouw naam voor op je schetsboek waarbij vorm een belangrijk beeldaspect was. We gaan verder met dit beeldaspect. In de aankomende tijd gaan jullie meer over leren over vorm. Deze kennis gaan we toepassen in een Kubistisch kunstwerk!
De opdracht
De komende weken gaan jullie werken aan een Kubistisch kunstwerk. De basis hiervoor wordt een collage. Deze collage bouw je op uit onderdelen, die je knipt uit tijdschriften, kranten en plaatjes van internet. De verhoudingen moeten niet kloppen. Als je bijvoorbeeld een portret gaat maken dan komen ogen, neus en mond uit verschillende afbeeldingen. Het hoeft dus niet zo te zijn dat beide ogen uit dezelfde afbeelding komen. Ook mag je meer ogen, neuzen of monden gebruiken. Hoe gekker, hoe beter! Daarna ga je de collage na tekenen en/of schilderen. Vorm is het beeldaspect dat belangrijk is bij deze opdracht.
Het Kubisme
Het kubisme is een stroming binnen de moderne kunst in de periode van 1906 tot circa 1920. Het belangrijkste - en vernieuwendste - aspect van het kubisme is dat het in eerste instantie om een nieuwe manier van kijken gaat. De oude vragen: 'Hoe leg ik mijn waarnemingen vast?' en 'Hoe geef ik een driedimensionale ruimte weer op een tweedimensionaal vlak?', die ooit tot de ontdekking van het meetkundig perspectief leidden, werden nu gevolgd door nieuwe vragen: 'Kan ik volstaan met weer te geven wat ik door één oog zie?' en 'Kan ik mijn waarneming vertrouwen?'
Het woord kubisme hangt samen met kubus. De kubisten deden alsof de natuur alleen maar bestond uit kubussen, kegels en bollen. Alles werd met deze vormen getekend.
In het kubisme wordt gebruikgemaakt van verschuivende standpunten. Een tafel kan vanuit verschillende hoeken worden bekeken. Van bovenaf als men staat, vanaf de zijkant als men zit, of van onderaf als men iets van de vloer wil oppakken. Kubisten proberen dit in een schilderij te verwerken.
In het kubisme wordt geen onderscheid gemaakt tussen driedimensionale vormen die naar de kijker toe buigen en vormen die van de kijker af moeten buigen. Kubisten maken vormen vlak en vermenigvuldigen ze dan.
Belangrijke onderwerpen waren landschappen, mensen en stillevens.
Het woord kubisme hangt samen met kubus. De kubisten deden alsof de natuur alleen maar bestond uit kubussen, kegels en bollen. Alles werd met deze vormen getekend.
In het kubisme wordt gebruikgemaakt van verschuivende standpunten. Een tafel kan vanuit verschillende hoeken worden bekeken. Van bovenaf als men staat, vanaf de zijkant als men zit, of van onderaf als men iets van de vloer wil oppakken. Kubisten proberen dit in een schilderij te verwerken.
In het kubisme wordt geen onderscheid gemaakt tussen driedimensionale vormen die naar de kijker toe buigen en vormen die van de kijker af moeten buigen. Kubisten maken vormen vlak en vermenigvuldigen ze dan.
Belangrijke onderwerpen waren landschappen, mensen en stillevens.
Wat moet je doen?
1. Vooronderzoek
Kies uit de volgende genres; landschap, stilleven of portret. Verzamel afbeeldingen bij dit genre.
Schuif net zo lang met je afbeeldingen tot dat je een mooi geheel hebt. Maak hiervan een kubistische collage.
Kies uit de volgende genres; landschap, stilleven of portret. Verzamel afbeeldingen bij dit genre.
Schuif net zo lang met je afbeeldingen tot dat je een mooi geheel hebt. Maak hiervan een kubistische collage.
2. Schetsen
Maak in je schetsboek een schets met potlood van je collage. Kijk nu eens goed naar de verschillende vormsoorten. Hier ga je wat veranderingen in maken. Verander 1 ruimtelijke vorm in een platte vorm. Verander 1 platte vorm in een ruimtelijke vorm. Verander 3 vormsoorten in een andere vormsoort. Schrijf bij je schets wat je verandert hebt en hoe.
3. Eindopdracht
Werk je schets uit op een groot vel. Materiaal is vrij. Ook mag je naast tekenen en schilderen je eindwerk aanvullen met collagetechnieken.
4. Reflecteren
Maak een schets van het eindwerkstuk. Schrijf hierbij welke vormsoorten je herkent in het werkstuk en waarom. Combineer dit met het verslag dat je altijd moet maken.
Maak in je schetsboek een schets met potlood van je collage. Kijk nu eens goed naar de verschillende vormsoorten. Hier ga je wat veranderingen in maken. Verander 1 ruimtelijke vorm in een platte vorm. Verander 1 platte vorm in een ruimtelijke vorm. Verander 3 vormsoorten in een andere vormsoort. Schrijf bij je schets wat je verandert hebt en hoe.
3. Eindopdracht
Werk je schets uit op een groot vel. Materiaal is vrij. Ook mag je naast tekenen en schilderen je eindwerk aanvullen met collagetechnieken.
4. Reflecteren
Maak een schets van het eindwerkstuk. Schrijf hierbij welke vormsoorten je herkent in het werkstuk en waarom. Combineer dit met het verslag dat je altijd moet maken.
Wat moet je inleveren?
- Het vooronderzoek; een Kubistische collage
- Een schets van de collage met aangepaste vormen
- Een eindwerk
- Een reflectieverslag
Waar wordt je op beoordeeld?
- De inhoud van je vooronderzoek; heb je genoeg geschoven met je afbeeldingen zodat je tot een aantrekkelijk geheel bent gekomen?
- Inhoud van je schets; heb je 5 vormsoorten veranderd?
- Je eindwerk heeft een duidelijk Kubistische vormgeving
- Je eindwerk is een geheel geworden
- Je werk is origineel
Inspiratie








Pablo Picasso, Brick Factory at Tortosa, 1909

Juan Gris, Stilleven met bordeauxfles, 1919

Juan Gris, Portret van Pablo Picasso, 1912


